top of page
  • dwaalkoers

Petrovitch en het Zwaard van Draga

Bijgewerkt op: 16 nov. 2023

Serana Gorrora bezat een pension in de Londonse wijk Soho. In New Compton Street verhuurde ze kamers aan buitenlanders, het was de voortzetting van een lange traditie. Sinds de 19e eeuw bood de straat onderdak aan Europese politieke vluchtelingen en bannelingen. Ze was dan ook niet verbaasd dat op de late zaterdagavond van 24 november 1934 zich een man aandiende en om een kamer vroeg. Hoewel hij goed Engels sprak herkende ze een Slavische tongval. Ze wees hem een kamer toe, maar vond het opvallend dat hij het gastenboek niet tekende. Hij gaf als reden op dat hij zich eerst in zijn kamer wilde opfrissen, maar verzekerde haar dat hij daarna zijn naam in het register zou bijschrijven. Mevrouw Gorrora overhandigde de sleutel en dacht er verder niet meer over na tot ze na ongeveer drie uur bij zijn kamer de geur van gas bespeurde.







Dood van een Diplomaat

Sergeant Paulings had die avond dienst en werd door mevrouw Gorrora naar het pension ontboden. De deur tot het vertrek werd geforceerd en men trof het levenloze lichaam van de vreemdeling aan. Hij lag in zijn pyjama met zijn hoofd bij het voeteneind van het bed. Rondom hem lagen geopende en ongeopende champagne- en whiskyflessen. Op een tafel lag zijn paspoort, dik 10 pond aan kleingeld en een verzegelde brief gericht aan een zekere Dr. Mason. Maar het meest opvallende was wel “de kring van penetrant gas dat rond het hoofd van het slachtoffer kringelde.” Men kon de herkomst van het gas eerst niet herleiden. Later onderzoek wees uit dat de gaskraan was opengedraaid.

Uit het paspoort kon men opmaken dat het slachtoffer niemand minder was dan diplomaat en auteur, de Montenegrijn; Woislav Maximus Petrovitch.


Petrovitch kwam voor het eerst naar Engeland in 1911 en werkte toen voor het Servische Gezantschap. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij verbindingsofficier en tolk op de Balkan tussen Serviërs en de Britten. Volgens zijn latere uitgever Francis Mott was Petrovitch verantwoordelijk voor de naamsverandering “from Servia to Serbia” met de publicatie van het boek “Hero Tales and Legends of the Serbians”. Op 5 maart 1915 werd zelfs een officieel persbericht uitgevaardigd waarin de Serbian Royal Legation to the Court of St. James de pers en het publiek dwingend verzocht de Cyrillische schrijfwijze ‘Serbia’ te adopteren in plaats van de denigrerende Latijnse schrijfwijze ‘Servia’, aangezien het een valse afleiding was van het Latijnse woord ‘servio of servus’; ‘dienen of slaaf zijn’. Petrovitch was als attache verbonden aan het gezantschap en beriep zich op het Serbo-Kroatische woord Srbi of het Proto-Slavische woord voor ‘beschermen of bewaken’; Serb. Met het boek rehabiliteerde hij de oude schrijfwijze zoals die eeuwen terug werd gehanteerd.



Zijn boek zou de aanzet zijn geweest tot de naamsverandering of op zijn minst het etymologische vuur hebben aangewakkerd. In dusverre was het boek opmerkelijk te noemen, maar het was meer dan dat. Het boek werd door uitgever George G. Harrap uitgegeven in 1914, nog voor Prinzip het fatale schot loste in Sarajevo. De uitgave kon niet op een slechter moment komen. Het was er daarom aan gelegen dat de Servische zaak hieronder niet zou lijden.


De Grote Servische Belofte

Petrovitch was een grote belofte voor de Servische zaak, aldus een brief uit 1917 van attache Pavle Karovitch aan Augustine Birrell, een Ierse liberale politicus die in 1916 geen stelling nam tegen de Eastern Rising en het niet zo ophad met kiesrecht voor vrouwen. Karovitch prees zijn vriend Petrovitch, een “professor van onderwijs aan de Universiteit van Belgrado” de hemel in. En sprak zijn wens uit dat middels dit boek “people will probably better judge Serbians.”







Maar in het kielzog van de publicatie roerden zich ontwikkelingen die Petrovitch in verband brachten met koningsmoord en geheime nationalistische gezelschappen. Het maakte zijn dood in 1934 op zijn zachtst gezegd verdacht.

Men gelaste een onderzoek naar de doodsoorzaak van Petrovitch, waarbij zelfs de hulp werd ingeschakeld van de befaamde patholoog Bernard Spilsbury. Men wist Petrovitch's stappen te traceren. Het werd al snel duidelijk dat de Montenegrijn zich niet op zijn gemak voelde in Engeland. Het had er alle schijn van dat hij voor iemand op de vlucht was. Een van de getuigen van Petrovitch’s rusteloosheid was de hospita van een pension in Pimlico: Laura Vanwasser ( de naam Norah Vonwasser wordt ook genoemd). Volgens Vanwasser was Petrovitch tweemaal langdurig bij haar pension aan Gloucester Street te gast: van 1922 tot en met 1923, en in 1933. Tot hij in oktober 1934 het pension verliet. Het viel Vanwasser op dat Petrovitch nooit voor het raam ging zitten en zijn kamer altijd van binnenuit afsloot. Hij liet aan haar doorschemeren dat hij bang was dat iemand zijn vertrek zou binnendringen om hem te vermoorden. Om die reden ging hij nooit naar bed zonder zijn trouwe zwaard aan zijn zijde. Een zwaard waaraan naar verluid koninklijk bloed kleefde.


Dat er iemand het op zijn leven had gemunt, bewees wel een telefoontje in oktober waarin een man in het Servisch hem bedreigde. In het gesprek werd gerefereerd naar Marco Popovitch die eerder in Shaftesbury Avenue overleed. Petrovitch was ervan overtuigd dat Popovitch door middel van een letale injectie om het leven was gebracht. De politie beweerde echter dat Popovitch door een natuurlijke oorzaak om het leven was gekomen, maar de stem aan de andere kant suggereerde dat het wel eens opzet geweest had kunnen zijn: “Jij bent de tweede op de lijst, en als je niet binnen 48 uur zelfmoord pleegt, zullen we je krijgen.” Dit was niet het enige dreigement wat hem boven het hoofd hing. Later, toen hij al op de vlucht was, had hij van detective-inspecteur Arthur Davis van Scotland Yard te horen gekregen dat de Home Office te verstaan had gegeven dat Petrovitch een ongewenste vreemdeling was in Engeland en binnen 48 uur Engeland moest verlaten. Voor Petrovitch waren er “onderstromingen vanuit Servië” in werking gezet om hem terug te krijgen of te doden. Dit had Petrovitch in vertrouwen verteld aan de Albert James Sylvester, de prive secretaris van Lloyd George. Lloyd George probeerde tevergeefs voor Petrovitch in te staan.


Tijdens de Eerste Wereldoorlog leidden Servische officieren het Montenegrijnse leger. Het leger werd zodoende ingezet om de Servische zaak te dienen. In 1915 werd Montenegro bezet door Oostenrijk-Hongarije maar verkreeg in 1918 zijn onafhankelijkheid niet terug en werd geannexeerd bij Servië. Na de annexatie was Petrovitch een ongewenste man binnen het Servische gezantschap. Tot 1924 probeerden Montenegrijnen nog door middel van guerrillatactieken zich van Servië af te zonderen. Petrovitch’ afkomst werd niet ontzien, evenmin zijn behartiging van Montenegrijnse belangen.


Petrovitch was geen voorstander van Servië en beweerde dat hij zich binnen het Servische Gezantschap had genesteld als een vertegenwoordiger van de Montenegrijnse zaak of zoals hij het zelf formuleerde: “I was not narrowly Serbian in my sympathies, as I was born of Montenegrin stock, and I was therefore not surprised when certain Montenegrin friends asked if I would, whilst at the Serbian Legation, keep an eye open for anything that might be in the interests of little Montenegro, who was too poor to afford a legation of her own.”


De ‘onderstromingen’ waarover Petrovitch het had, hadden op 9 oktober 1934 koning Alexander I van Joegoslavië in Marseille vermoord. De dader, een Bulgaar met de naam Vlado Chernozemksi, behoorde toe aan de Vatreshna Makedonska Revolyutsionna Organizatsiya (VMRO), een organisatie die voor de onafhankelijkheid van Macedonië streed. Petrovitch werd nu binnen Groot-Brittannië als een “gevaarlijke politieke verdachte” gezien, te meer omdat hij in verband werd gebracht met VMRO en een zekere Urtokovitch die van plan was een Nieuw Kroatië te stichten. Deze Urtokovitch werd na de aanslag op de Joegoslavische koning door de Franse autoriteiten gearresteerd en verhoord. In feite werd Petrovitch algemeen geassocieerd met terroristische organisaties die een onafhankelijkheid van Joegoslavië nastreefden en niet een organisatie in het bijzonder. Er was reden om aan te nemen dat hij zich binnen dubieuze kringen ophield.


De ironie wil dat Petrovitch namelijk ook een curieus verleden had als vermeend lid van de Crna Ruka ofwel Zwarte Hand. Een Servische geheime organisatie notabene. Hij zou direct betrokken zijn geweest bij de moord op Koningin Draga. Als een memento aan deze aanslag droeg hij het zwaard waarmee de koningin was geveld altijd bij zich en ging er zelfs mee naar bed. Hij probeerde het wapen nog te verkopen als zodanig. Petrovitch gaf voor zijn dood aan dat hij vreesde voor martelingen zodra hij weer voet op Servische bodem zou zetten. Een anonieme vriend tijdens het onderzoek naar de dood van Petrovitch twijfelde echter niet aan diens loyaliteit aan de Servische zaak. Het leek er op dat het politieke klimaat in Servië weer gekenterd was.




Vergeeld mysterie

De mysterieuze dood van Petrovitch werd afgedaan als zelfmoord. Maar getuige de krantenknipsels en de brief van Karovitch in het boekexemplaar van Augustine Birrell hield het de laatstgenoemde nog bezig. Het is een vergeeld mysterie. Aan de hand van deze bronnen is een beeld geschetst rond de zaak Petrovitch, de man die de naam van een land veranderde, maar vermoedelijk zelf niet wist aan welke kant hij stond en op een klein pensionkamertje overleed naast het reliek van zijn onbezonnen verleden.






11 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
Post: Blog2_Post
bottom of page